Datum: 07-08-2006
Aantal keer bekeken: 6918
Slaap vervult een belangrijke functie in ons leven. We slapen gemiddeld zes tot tien uur per nacht. Dit betekent dat we ongeveer een derde van ons bestaan slapend doorbrengen! Zolang alles goed gaat, lijkt slapen vanzelfsprekend. Maar bij het ouder worden, treden belangrijke veranderingen op in het slaappatroon. Slapen kan dan een probleem worden.
Wat verandert er ?
Naarmate men ouder wordt, verandert het slaapproces. Het inslapen duurt langer, de slaap wordt lichter van aard en het aantal keren dat je ’s nachts wakker wordt, neemt toe. De slaap wordt dan ook vaak als minder goed ervaren. Vandaar dat oudere mensen meer klagen over slapeloosheid en vermoeidheid. Maar bij het ouder worden verandert niet alleen het slaappatroon ‘s nachts, maar ook verandert het ritme overdag. Over het algemeen zijn ouderen minder actief dan jongeren en doen ze meer dutjes gedurende de dag. Oudere mensen slapen dus overdag veel meer dan jongeren. Doordat oudere mensen overdag meer gaan slapen dan ze gewend zijn, verandert hun ritme (hun biologische klok): het verschil tussen dag en nacht wordt minder. ’s Nachts neemt de behoefte aan slaap af en overdag neemt de behoefte juist toe.
Hoe komt het?
Hierboven noemden we al een paar oorzaken. Maar naast veranderingen in het ritme zijn er ook andere oorzaken voor slaapproblemen. Vaak als mensen zich in een periode ernstig zorgen maken, krijgen ze last van slapeloosheid. Zorgen zijn namelijk niet bevorderlijk voor de slaap. Maar ook eenzaamheid, of gebrek aan aandacht kunnen ten grondslag liggen aan slapeloosheid. En wat te denken van een snurkende partner!
Het slaapprobleem verergert als iemand een angst ontwikkelt om te gaan slapen. Door steeds lang wakker te liggen, wordt slapen namelijk angstwekkend. Hoe harder je probeert te slapen, des te slechter lukt het. Zo ontstaat spanning voor het slapengaan.
Liever geen pillen ?
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het percentage slaapmiddelengebruikers onder ouderen het hoogste van alle leeftijdsgroepen is. Bovendien is het heel begrijpelijk dat mensen slaappillen gebruiken na dagen of weken slecht of helemaal niet slapen. Een korte periode van goede nachtrust met behulp van pillen kan helpen weer in een slaapritme te komen en aan te sterken.
Maar we raden aan slaappillen niet gedurende langere tijd te gebruiken. Want slaapmiddelen zijn verslavend. Bovendien neemt na herhaaldelijk gebruik de werking van de slaappil af en werken ze uiteindelijk niet meer. Tot slot zijn de bijwerkingen van slaappillen niet bevorderlijk voor het welzijn: mensen die slaappillen gebruiken kunnen makkelijker hun evenwicht verliezen en hebben in meer of mindere mate last van geheugenverlies.
Wat dan wel?
Ouderen die lichamelijk en geestelijk actief blijven, slapen beter. Door lichamelijke inspanning, door weinig dutjes overdag, en regelmaat gaat het lichaam ’s avonds om meer slaap vragen. Bovendien gaat er een positieve invloed uit van veel daglicht en buitenlucht op de slaap. Ook het slaapritueel is van belang. De een laat ’s avonds voor het slapen gaan zijn hond nog uit, de ander drinkt een beker (warme) melk, of neemt een ‘slaapmutsje’. Ook het lezen van een boek of het nemen van een warm bad (met lavendelolie!) kan ontspannend werken en de slaap vergemakkelijken.
(uit:’Slapen, een lust of een last’ in Leidraad Psychogeriatrie,1998)
Terug
Het slaapproces bij ouderen