Zoeken
Cognitieve gedragstherapie en dwangverschijnselen
Datum: 26-10-2006
Aantal keer bekeken: 3061

Als mensen erg veel last hebben van dwanggedachten en/of dwanghandelingen, spreken we van een dwang- of obsessief-compulsieve stoornis.
Dwanggedachten zijn ideeën, gedachten of beelden, die steeds terugkeren of aanhouden en die veel angst en ongemak oproepen.
Mensen met deze klachten ontwikkelen vaak dwanghandelingen, zoals handenwassen, het gas controleren, tellen of een bepaalde gedachte herhalen. Ook hebben ze soms de neiging om situaties die dwanggedachten of –handelingen kunnen opwekken te vermijden.

In wetenschappelijk onderzoek is een behandeling met cognitieve gedragstherapie effectief gebleken, hoewel de meeste mensen na afloop van de behandeling niet helemaal klachtenvrij waren.

Wat gebeurt er bij een cognitieve gedragstherapie?
Cognitieve gedragstherapie richt zich in de behandeling op de dwanggedachten en de dwanghandelingen. De cliënt leert wennen aan situaties en gebeurtenissen die nu nog erg veel angst en spanning oproepen. Dit gebeurt geleidelijk; eerst met gemakkelijke situaties, en steeds een beetje moeilijker.

Bij de dwanggedachten wordt uitgebreid stilgestaan. Er wordt onderzocht in hoeverre de gedachten kloppen: zijn ze wel reëel? Ook kijkt de therapeut naar de voor- en nadelen van deze gedachten en wat de cliënt eigenlijk wil. Vervolgens leert hij of zij naar gedachten te zoeken die beter overeenkomen met de werkelijkheid en die minder angstig zijn. 

Veel oefenen
Tijdens de behandeling wordt veel geleerd en geoefend . We werken ook met thuisoefeningen. In het begin ervaren sommige mensen dat door de behandeling de spanning alleen maar toeneemt. Dat is normaal. Na vijf tot zes behandelafspraken zal echter een zekere verlichting te bemerken zijn.

 Als u meer wilt weten over deze behandeling, kunt u contact opnemen met Riagg Rijnmond, afdeling Psychotherapie, 010 440 24 33 (Rotterdam) en 010 445 34 25 (Schiedam).

 

 

 


Terug
Cognitieve gedragstherapie en dwangverschijnselen