Het valt wel op. In de reeks gezinsdrama’s van de laatste jaren, waarbij kinderen door hun ouders worden vermoord, verschuift de focus in de media direct naar de vraag welke instantie er heeft gefaald. Ook als TBS’ers met verlof misdaden begaan, is de vraag onmiddellijk welke procedure er ontoereikend is geweest. De aandacht wordt afgeleid van de tragedies tussen mensen onderling en wordt gericht op het kennelijk veel makkelijker te bediscussiëren thema van ‘het falende’ Bureau Jeugdzorg, de (on)toegankelijkheid van cliëntendossiers en de risico’s van verlofregelingen voor TBS’ers.
Het denken van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) kan helpen bij het begrip van dit fenomeen.
Casuïstiek
De laatste jaren lijkt het een steeds vaker voorkomend verschijnsel dat kinderen door hun vader of moeder worden vermoord, waarna de ouder meestal zelfmoord pleegt. Dit zijn natuurlijk verschrikkelijke gebeurtenissen die aandacht verdienen. Overigens krijgen deze gebeurtenissen, die vroeger even vaak voorkwamen, tegenwoordig veel meer aandacht.
De casussen die de afgelopen jaren op de voornoemde manier in het nieuws kwamen, waren behalve de moord op de peuter Savanna onder andere een gezin in Den Haag, bekend bij Bureau Jeugdzorg. De vader vermoordde zijn gezin, waarna hij zelfmoord pleegde. Een ander voorbeeld is de casus in Roermond, waarbij een vader het huis in brand stak waar zijn kinderen lagen te slapen. Ook dit gezin was bekend bij Bureau Jeugdzorg en ook hier domineerde dit feit de discussie naderhand.
Een aan de voorgaande casussen verwante reeks betreft de TBS’ers-met-verlof. Vorig jaar werd er een jongen in Amsterdam doodgestoken door een TBS’er. De laatste jaren is er een reeks van misdrijven gepleegd door deze groep, en opnieuw is er naderhand een constante waarneembaar in de discussie in de media. De centrale vraag is namelijk steeds: waarom heeft deze man verlof gekregen? Is de verlofregeling wel goed uitgevoerd? En mogen TBS’ers eigenlijk wel verlof krijgen? Dit leidt steevast tot Kamervragen aan de minister waarbij het soms wel lijkt alsof Justitie schuldig is aan een dergelijke steekpartij. In het geval van de jongen in Amsterdam hebben de ouders van de TBS’er zelfs gezegd dat hun zoon ziek was en dat de instanties dit hadden moeten constateren en dat hij opgesloten had moeten blijven.
Analyse
In de discussies na elke nieuwe tragedie zijn steeds dezelfde patronen zichtbaar. Zo’n patroon wijst op een bepaald ‘discours’, zoals Foucault dat noemt. Hij bedoelt daarmee dat er sprake is van een bepaalde wijze van redeneren waaruit nauwelijks meer te ontsnappen valt. Die redeneertrant doet zich daarmee voor als ‘waarheid’ of ‘werkelijkheid’, terwijl het in feite alleen gaat om een visie op de werkelijkheid.
Ten eerste is er de redeneertrant dat er fouten zijn gemaakt, die te voorkomen waren geweest. Als het protocol op orde was geweest, de gezinsvoogd haar werk had gedaan, de TBS’er niet met verlof was gestuurd, de diverse instanties beter hadden samengewerkt, dàn was het allemaal niet gebeurd. Het idee dat vreselijke dingen gebeuren door fouten in protocollen, is kennelijk minder onverdraaglijk dan het idee dat deze dingen sowieso gebeuren.
Daarom wordt de ‘schuld’ aan gebeurtenissen, zoals de moord op de peuter Savanna of op die scholier uit Amsterdam, doorgeschoven naar ‘fouten’ van de begeleidende instanties. Het TBS-systeem met verlof is uiteindelijk verantwoordelijk voor de dood van een scholier. Falende samenwerking tussen instanties leidt tot gezinsmoorden. En niet de moeder heeft het kind vermoord, maar de gezinsvoogd. Als het zo gesteld wordt, klinkt het belachelijk, maar het is een feit dat niet zo lang geleden een gezinsvoogd als verdachte in de rechtszaal stond.
Ten tweede is er de onderliggende opvatting dat niet alleen de wereld, maar ook het individu ‘redelijk’ is. Een mens die redeloos handelt, die zulke gruwelijke dingen doet, vervalt als het ware tot dierlijk gedrag. Hij is op zo’n moment dus ontoerekeningsvatbaar. Deze mensen verdwijnen vervolgens uit de discussie. We sluiten ze op in gevangenissen of gestichten en dat is dat. De constructie van de ontoerekeningsvatbaarheid is een manier om de mogelijkheid van ieder mens om tot waanzin of misdaad te vervallen, uit ons denken te bannen.
Dit is een patroon dat in verschillende gedaanten al sinds de Middeleeuwen zichtbaar is, aldus Foucault. De maatschappij probeert steeds de rede te onderscheiden van de redeloosheid en de mensen die tot redeloosheid vervallen, te benoemen als delinquenten of patiënten. En vervolgens worden zij zoveel mogelijk van de ‘gewone’, ‘redelijke’ mens afgescheiden, middels psychiatrie en internering.
Verantwoordelijkheid hoort bij de Rede, en niet bij de redelozen. Maar ja, wat doen we vervolgens met die verantwoordelijkheid en met de schuldvraag? Die worden doorgeschoven naar het justitiële systeem of het gezondheidszorgsysteem, of naar representanten daarvan.
Conclusie
In het huidige vertoog overheersen ten onrechte de paradigma’s dat de werkelijkheid redelijk is en dat het individu redelijk is. Het fenomeen van de redeloosheid is onverdraaglijk en wordt daarom verdoezeld door mensen uit te sluiten van verantwoordelijkheid. Echter, redeloosheid is een substantieel onderdeel van de werkelijkheid en van het menszijn. En voor die kant zijn we dan ook nog zelf verantwoordelijk. Het is onjuist om die verantwoordelijkheid door te schuiven naar hulpverlenende instanties en hun medewerkers.
Vlaardingen, januari 2009
Hester den Hartog
klinisch psycholoog
RIAGG Rijnmond